Je Moeder | COLUMN CHARLOTTE OLTHOFF: VAN PARTY MOM NAAR MOEDERKLOEK
600
post-template-default,single,single-post,postid-600,single-format-standard,qode-social-login-1.0,qode-restaurant-1.0,woocommerce-no-js,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-4.4.1,popup-menu-text-from-top,wpb-js-composer js-comp-ver-5.4.7,vc_responsive

COLUMN CHARLOTTE OLTHOFF: VAN PARTY MOM NAAR MOEDERKLOEK

Charlotte Olthoff van LotKookt woont in Kaapstad, schrijft o.a. voor LINDA. en heeft tijdens de Corona crisis KiND Cares opgezet. Is getrouwd, moeder van James (3) en zwanger van een meisje.

Vorig jaar rond deze tijd waren we op AfrikaBurn. Ik word er dagelijks aan herinnerd door onze posse die een constante stroom throwback filmpjes en foto’s over de app gooit.
AfrikaBurn: dat is onze tijd. Even geen vader en moeder zijn. Geen bereik, geen telefoon, geen kind, geen verantwoordelijkheden. Alleen maar wij en onze vrienden, in outfits waar we nooit mee over straat zouden durven, maar daar op ‘de playa’ dragen we ze met verve. Daar is het net alsof we weer 23 jaar oud zijn. We vergapen ons aan kunst en mooie mensen en verliezen onszelf in muziek, goeie gesprekken en geestverruimende middelen.

AfrikaBurn: dat is vier dagen lang geen contact met onze zoon die goed verzorgd bij de oppas achterblijft. En we voelen ons daar totaal niet schuldig over. Toen hij geboren werd, benadrukte kraamhulp Nel: zorg dat je een eigen leven houdt. En dat is haar advies dat ik het meest ter harte heb genomen, naast haar tips: ‘een babyfoon is niet nodig want je hoort ’m toch wel brullen’ en ‘kinderen slapen in hun eigen bed’.

Vorig jaar, op dag twee van AfrikaBurn kwam mijn vriendin – de enige andere moeder in onze groep – katerig haar tent uit rollen, zuchtend dat ze haar kinderen zo miste. En ik dacht: stel je niet aan, wees blij dat je er even vanaf bent. En daarna dacht ik: wat erg, hoe lang heb ik al niet meer aan onze zoon gedacht?

En nu, een jaar later, zit ik al meer dan zes weken met man en kind in Kaapstad in total lockdown thuis. Ik had verwacht dat ik tegen de muren op zou vliegen, want ‘vroeger’ was een dag niet naar buiten een dag niet geleefd. Ik was altijd aan het rennen en vliegen. Avonturen moesten er beleefd worden, want saaiheid was de grootste vijand. Maar kijk me nu: ik kan nergens meer naartoe. Ik kan me alleen maar overgeven aan de situatie. Gelukkig: onze bedrijven draaien nog, we werken om de beurt en we hebben geen stress om geld. En dus knutsel ik urenlang met wc-rollen en rennen we rondjes om het huis om rozijntjes te verdienen. We bakken zandkoekjes in hartvorm en smeren honderden boterhammen voor mensen die het niet zo belachelijk goed hebben als wij.

Ik smelt als James zegt dat ik beter moet opletten als papa LEGO maakt en kijk vertederd toe hoe hij in de tuin over de net geplante rozemarijnplant staat te piesen. Opgelucht ben ik als mijn mannen na een half uur terug zijn van het – stiekem – ophalen van de weggelopen poes. Ik ben in zes weken tijd veranderd van iemand die altijd haast had en niks wilde missen, in een moedereend die haar kroost en man het liefst de hele dag onder haar vleugels houdt.

Het is alsof iemand op pauze heeft gedrukt.

En ik app wel enthousiast terug in de groep dat we AfrikaBurn volgend jaar dubbel zo hard gaan vieren, maar van mij mag ons kleine grote geluk binnen deze vier muren nog eeuwig duren.

 

Afbeelding boven dit bericht: Natalie Nelson

No Comments

Sorry, the comment form is closed at this time.